Nieuws
Guy Gruwez: ‘Laten we nooit vergeten hoe zij voor ons streden’
Elke avond, stipt om 20 uur, weerklinkt onder de Ieperse Menenpoort de Last Post. Een pakkend maar sereen eerbetoon aan de gesneuvelde bevrijders uit de Eerste Wereldoorlog.
Sinds de stichting van Rotary Ieper hebben er steeds meerdere Rotariërs deel uitgemaakt van het bestuur van de Last Post Association (LPA). Onder hen Florimond Vande Voorde (voorzitter 1953-1966) en Albert Boone. Samen met Guy werd in 1953 ook Charles Vermeulen lid van de vereniging. Hij vervulde diverse taken, zoals penningmeester en ondervoorzitter. René Delobel was jarenlang secretaris. Patrick Donck is één van de spilfiguren van het huidige bestuur. Daarnaast is Carl Denys deels verantwoordelijk voor pers en PR én voor de opstelwedstrijd die de LPA elk jaar organiseert voor jongeren.
40 jaar lang was Guy Gruwez (Rotary Ieper) voorzitter van de Last Post Association, de vrijwilligersorganisatie die de ceremonie organiseert. In 2006 gaf hij de fakkel door, maar toch is hij als erevoorzitter nog vaak onder de Menenpoort te vinden.
DAT BLIJKT OOK OP DE AVOND van onze ontmoeting, wanneer ik aanbel bij Guy's zomerverblijf in Zillebeke. ‘De huidige voorzitter heeft me gevraagd hem vandaag te vervangen bij de ceremonie. We ontvangen een flink aantal delegaties, dus we kunnen maar beter op tijd vertrekken.'
Enkele decennia geleden verzamelden zich op een doordeweekse avond enkele tientallen toeschouwers om getuige te zijn van het bekende klaroensignaal. Vandaag zijn dat er algauw 1.000 tot 1.500. Vooral in de jaren '80, en zeker na het bezoek van paus Johannes-Paulus II in 1985, ging het bezoekersaantal pijlsnel de hoogte in. ‘Ik schat dat het aantal aanwezigen nu elk jaar schommelt rond de 250.000. Dat aantal zal er de volgende jaren niet op verminderen. Binnenkort zal de Eerste Wereldoorlog een eeuw achter ons liggen, en dat gaat uiteraard gepaard met talrijke herdenkingen.'
De geschiedenis van de Last Post gaat terug tot 1 juli 1928, de twaalfde verjaardag van het begin van de Slag aan de Somme. Toen beslisten enkele Ieperlingen, onder wie Guy's grootvader, om hiermee hulde te brengen aan de gesneuvelde verdedigers van hun stad en van ons land. Een jaar later werd dit een dagelijkse traditie, het hele jaar door. Alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog zwegen de klaroenen. Meer dan 28.500 ceremonies zijn er al achter de rug. De bedoeling is de traditie eeuwig in ere te houden.
KNOWN UNTO GOD
De Last Post is het trompetsignaal dat bij de Britse troepen gespeeld werd ter afsluiting van de dag. Symbolisch wordt het gebruikt als groet aan de gesneuvelden. De Ieperlingen hadden het in 1927 leren kennen bij de inhuldiging van de Menenpoort, die de Britten er hadden opgetrokken als herdenking van de overwinning en als symbolische graftombe voor wie anoniem begraven werd of vermist bleef.
Bijna 55.000 namen staan er in de Menenpoort gebeiteld. Allemaal van Britse onderdanen die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid, en van wie nooit meer iets vernomen werd. Ze sneuvelden op de slagvelden rond Ieper en werden nooit teruggevonden of geïdentificeerd. Velen kregen een naamloos graf op een soldatenkerkhof, met als enige vermelding ‘A soldier of the Great War - Known unto God'. De poort bleek zelfs niet groot genoeg voor àlle namen. De vermisten gesneuveld vanaf 16 augustus 1917 - de Slag van Passendale - staan vermeld op de muur rond het Tyne Cot Cemetery. Jaarlijks worden in de velden rond Ieper nog stoffelijke resten teruggevonden van gesneuvelde soldaten. Soms kunnen die zelfs geïdentificeerd worden. Ze worden dan met militaire eer begraven en hun naam wordt verwijderd van de muren.
DISCIPLINE
Wanneer we om tien over zeven bij de Menenpoort aankomen, heeft al een dertigtal belangstellenden postgevat achter de dranghekkens. Zoals elke avond zullen enkele delegaties en privépersonen een krans neerleggen ter nagedachtenis van de gesneuvelden. Vanavond zijn dat onder meer vertegenwoordigers van het Britse Frimley & Camberley Cadet Corps, de Friends of the Somme uit Belfast, enkele Noorse oud-soldaten en een afvaardiging van de 100 km van Ieper.
Bijgestaan door enkele stewards van de Last Post Association wijst Guy iedereen een plaats toe en bepaalt de volgorde voor de kransneerlegging. ‘Af en toe hebben we te maken met fabulatoren die zouden behoren tot verzonnen organisaties en een ereplaats proberen te bemachtigen. Maar meestal verloopt alles vlot en sereen. De legendarische Angelsaksische discipline zal daar zeker niet vreemd aan zijn.'
Enkele minuten voor achten sluit de politie de Menenpoort af voor het verkeer. Onder muzikale begeleiding nemen de eredelegaties hun plaatsen in. Dan wordt het muisstil. Vijf klaroeners, in het uniform van de vrijwillige brandweer, brengen hun instrument aan de lippen en zetten de Last Post in. Het muziekstuk duurt amper anderhalve minuut, maar de intensiteit van het moment doet de lucht haast trillen. Militairen gaan in de houding staan, veel burgers hebben de blik op oneindig. Iedereen is in gedachten bij hen die het leven lieten in Flanders' Fields.
Als de laatste noot wegdeemstert, stapt Guy naar voren en draagt een fragment voor uit het gedicht ‘For the fallen' van Laurence Binyon: ‘They shall grow not old, as we that are left grow old / Age shall not weary them, nor the years condemn / At the going down of the sun and in the morning / We shall remember them.'
Dan trekt de kranslegging zich op gang. De typische kransen met stoffen klaprozen zijn gemaakt door ‘disabled' oud-militairen in Engeland. Per jaar worden daar zo'n 38 miljoen poppies vervaardigd, en 100.000 kransen. Het geeft aan hoezeer The Great War nog gegrift staat in het collectieve geheugen van de Britten, net als in dat van hun bondgenoten (Australiërs, Canadezen, Nieuw-Zeelanders...). ‘Voor hen heeft deze ceremonie een heel andere dimensie dan voor ons Belgen', zegt Guy.
‘Wij hebben op deze slagvelden veel minder voorvaderen verloren dan zij. Rond Ieper sneuvelden zo'n 250.000 soldaten uit het Britse Imperium, én 80.000 Fransen. Zelfs de jongeren zijn zich daar goed van bewust. Voor Britse schoolkinderen is een bezoek aan de Menenpoort omzeggens een must.'
SYMBOLIEK
Tijdens zijn lange voorzitterschap heeft Guy heel wat personaliteiten ontvangen onder de Menenpoort. Naast paus Johannes-Paulus II verwelkomde hij onder meer George Bush sr., Moeder Teresa, Bob Geldof en verscheidene leden van de Britse en Belgische koninklijke families. Zelf vertegenwoordigde hij de Last Post Association ook op diverse herdenkingen in het buitenland.
Hij werd gelauwerd met verscheidene buitenlandse onderscheidingen. Zo mag hij zich Officer of the Order of the British Empire (OBE) noemen en is hij ook vereremerkt met de Order of Australia, de hoogste onderscheiding die Australië aan niet-inwoners toekent.
De voorbije decennia is de Menenpoort uitgegroeid tot een vredesicoon bij uitstek. ‘De Last Post vormt daarbij een ideaal moment van reflectie over de gesneuvelden, vrede en oorlog. Het is in die zin een perfecte aanvulling bij een bezoek aan het voormalige front', aldus Guy. ‘Maar voor mij blijft de ceremonie toch in de eerste plaats een eerbetoon aan die duizenden mannen en jongens die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid én het herstel van de vrede. Om Kipling te parafraseren: "opdat we nooit zouden vergeten hoe zij voor ons streden".
Steven Vermeylen
Bron: Rotary Contact, juli 2011
Lidmaatschap voor het leven: getuigenis door Wayne & Margaret Reed (Perth, Australia)
Hoe we de Last Post Association leerden kennen
De eerste kennismaking kwam er toen we op reis waren in Botswana in 1999. In een van de kampen, kwamen we toevallig in contact met Philippe De Bruyn (bestuurder bij de Last Post Association) en zijn familie.
Philippe gaf ons een toelichting bij de werking van de Last Post Association en de betekenis van de Menenpoort. Wij gaven te kennen dat we zeker eens naar Ieper zouden komen. Later dat jaar waren we in Europa en beslisten we om Ieper te bezoeken.
Waarom we life member werden van de Last Post Association
Bij aankomst in Ieper bezocht ik samen met mijn vrouw Margaret het In Flanders Fields Museum en de Menenpoort.
We hadden het belang van de acties tijdens de Eerste Wereldoorlog onderschat. Het aantal namen van gesneuvelde mannen en vrouwen was overweldigend, ook de ongeveer 80.000 uit Australië.
Die avond woonden we de Last Postplechtigheid bij en ik kreeg de eer de Exhortation uit te spreken.
Mijn echtgenote en ikzelf vonden het een bijzonder aangrijpende ervaring.
De volgende dag bezochten we een aantal van de nabijgelegen slagvelden en begraafplaatsen.
Sindsdien hebben we hierover vaak gepraat met familie en vrienden. Het belangrijke offer van zovelen zorgde voor onze vrijheid en dat blijft ons steeds bij.
We wensen dat de Last Postplechtigheid verder wordt gezet. Een life memberhip was volgens ons de beste manier om hiertoe bij te dragen en om verbonden te blijven.
We komen zeker terug naar Ieper en de Menenpoort.
Last Post erkend als erfgoed
De Last Post Association heeft in juni 2011 een positieve beslissing ontvangen voor de opname van het element "de Last Post plechtigheid in Ieper" op de Inventaris Vlaanderen voor Immaterieel Cultureel Erfgoed.
Deze erkenning is een eerste voorwaarde voor een mogelijke opname in de wereldbekende UNESCO-lijst.
De doelstelling van de Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed is om de kennis van tradities, gewoontes en gebruiken niet verloren te laten gaan en de bekendheid ervan te vergroten. Dit past in het streven van de Last Post Association om de herinnering, de opoffering en de dankbaarheid voor eeuwig, dagelijks in stand te houden. De opname betekent eveneens een waardering voor de jarenlange inzet van iedereen en de vele vrijwilligers van de Last Post.
Bezoek Franse Ambassadeur - 02/03/2011
De Franse Ambassadeur, H.E. Mevrouw Boccoz, had de wens geuit om kennis te komen nemen met de Last Post en ook de gedenktekens en merkwaardige plaatsen uit 14-18. In het bijzonder deze waar het Franse Leger merkwaardige strijd had geleverd.
Zij werd door de voorzitter en leden van het bestuur verwelkomd en bezocht met hen de meest merkwaardige plaatsen: aan de Kemmelberg het monument dat vaak als "de Engel" wordt genoemd (herdenking van de 4 jaar durende strijd bij en uiteindelijk op de berg), het Massagraf aan de voet van de berg, het gedenkteken van de gasaanval in Steenstraete, het ‘Carrefour des Roses" in Langemark en uiteindelijk de Franse militaire begrafaplaats "St. Charles de Potyze".
Onder dit bezoek werd haar de Franse deelname aan de oorlog uitgelegd en ook het grote offer van 80.000 gesneuvelden geciteerd.
Na een kort bezoek aan de stad en het in Flanders Fields Museum, werd zij ontvangen door de Burgemeester van Ieper Luc Dehaene.

Aanwezig op de Last Post was zij erg onder de indruk van dit gebeuren en beloofde dat voortaan een degelijke Franse vertegenwoordiging zou aanwezig zijn op de merkwaardige momenten.




